Eens dwaalden de orang-oetans over duizenden kilometers door de regenwouden van Zuidoost Azië. Vandaag de dag proberen ze te overleven op de eilanden Borneo en Sumatra.
En zelfs op deze laatste twee eilanden wordt de orang-oetan nu bedreigd met uitsterven. Het verdwijnen van de laatste leefgebieden is het resultaat van economische druk, de onkundigheid en begerigheid van de mens en natuurrampen. De Indonesische bevolking is explosief gegroeid van 10 miljoen inwoners begin 1900 tot meer dan 200 miljoen nu. De behoefte van zoveel mensen die het moeten doen met zo weinig beschikbare grond zorgt voor een enorme druk op de nog bestaande natuurgebieden.
Hoewel de orang-oetan een bedreigde diersoort is en beschermd zou moeten worden door nationale en internationale wetgevingen, gaat hun aantal nog gestaag naar beneden. Ieder jaar worden er alleen al in Kalimantan (het Indonesische gedeelte van het eiland Borneo) al meer dan 100 orang-oetan wezen in beslag genomen uit de steden en dorpen van dit gebied.
Illegale dierenhandel
De moeders zijn makkelijk te vangen en te doden. Zij worden gedwongen om hun voedsel buiten de bescherming van de bossen te zoeken, simpelweg omdat de oerwouden van Kalimantan in rap tempo verdwijnen. Hierdoor komen de orang-oetans binnen de sociale leefgemeenschappen terecht van de mens. De bewoners, arm en soms zelf bijna omkomend van de honger door lange droogtes, vinden in de orang-oetan een gemakkelijke bron van eiwitten en mineralen. Terwijl de moeders worden gedood en opgegeten, worden de kleintjes gevangen gehouden in een kooi, vaak onder de meest verschrikkelijke omstandigheden, voor eventuele toekomstige verkoop.
Trage voortplanting
De trage voortplanting van de orang-oetans, ze krijgen gemiddeld 1 jong per 6-8 jaar, maken dat ze extra gevoelig en kwetsbaar zijn voor deze omgevingsgerelateerde en menselijke bedreigingen. Als het tempo van ontbossing door het illegaal kappen en de bosbranden zo doorgaat, dan is de orang-oetan binnen 5 tot 10 jaar in het wild uitgestorven.
Verdwijnen van het leefgebied
Het leefgebied van de orang-oetans in Indonesië en Maleisië is de laatste 20 jaar met maar liefst 80% afgenomen. Mens en orang-oetan hebben dezelfde grond nodig om te overleven en in de strijd om land tussen mens en orang-oetan is het de orang-oetan die het onderspit delft. Erger nog zijn de wegen die aangelegd worden om het regenwoud in te kunnen gaan. Deze wegen zorgen voor oncontroleerbare situaties als het gaat om commerciële exploitatie van het regenwoud. Vele andere nemen zonder toestemming hun deel van het bos en beginnen met kappen en het platbranden van de gebieden. Hierdoor ontstaan niet alleen jaarlijks honderden bosbranden die het gebied verwoesten, maar ook doet de fragmentatie, de zogenoemde ‘eilanden van bos’ haar intrede. Deze gefragmenteerde stukken bos zijn vaak te klein om een gezonde populatie orang-oetans te herbergen.
Het kappen van het regenwoud heeft ook grote impact op het klimaat. Vruchtbare grond wordt door de regen weggespoeld. De bloei van de fruitbomen reageert hierop. De orang-oetan is afhankelijk van deze fruitbomen en wordt nu gedwongen om te leven in kleinere stukken bos met veel minder fruit. Als hun voedsel schaarser wordt dan gaat hun reproductie naar beneden en zo ontstaat er op de lange termijn een situatie dat de orang-oetan in een te klein getal aanwezig is om te overleven. De orang-oetan heeft grote gebieden nodig waar die doorheen kan dwalen met veel verschillende soorten voedsel. Het is het grootste dier dat zo hoog in de bomen leeft.